Rob en Clara in Nieuw-Zeeland.reismee.nl

Amberley

Amberley, ons tweede huis

Na de woeste romantiek van Cape Foulwind, wonen we nu in een engelse buitenvilla. Ons huis staat op het terrein van de dokter, een landgoed van 5 acres. We kijken uit op de rozentuin compleet met pergola en vijver. Links de dokters-woning, rechts de tennisbaan, daarachter een boomgaard. Aan de andere kant een park met een twintigtal verschillende soorten bomen. Onze woning is bovenop de garage gebouwd met plaats voor drie auto’s, achter de tennisbaan is een werkplaats met plaats voor nog eens twee. Het gezin heeft vijf auto’s maar niet iedereen woont thuis, er schijnt nog een tweede buitenhuis te zijn.
We zitten dus aardig op stand. Dat is maar goed ook want verder is er in Amberley niet veel te beleven. Het is een dorp aan de drukke tweebaans highway die dwars door Nieuw Zeeland loopt, vier benzinestations, een winkel, een kerk, en een paar koffieshops dan heb je het wel gehad. O ja, en een medisch centrum en een bibliotheek.

De omgeving doet een beetje aan midden Frankrijk denken: lage kalksteen heuvels begroeid met dennen, boerderijen met gele hooirollen op het land, schapen en koeien. De boerderijen zijn, net als vele woningen in Amberley afgegrensd met een vier meter hoge haag van de een of andere conifeer en dat over een afstand van soms wel drie honderd meter. Hier en daar borden met opschrift: ''streng verboden toegang. Overtreders worden vervolgd“.

Op vijf kilometer de zuidelijke stille oceaan, we zitten nu aan de oostrand van het Zuid-Eiland. Het strand hier is viezig zwart, maar tien kilometer verderop is het goudwit voor een turquoise zee met een lange rustige golfslag. In de verte zien we het vulkanische schiereiland Bank’s Peninsula. Daarvoor moet Christchurch liggen, de tweede stad van Nieuw Zeeland maar we zien er voorlopig niets van.

Vakantie

Vakantie

Tussen Cape Foulwind en Amberley zit een week vakantie. We karren op ons gemak langs de westkust naar het zuiden. De weg kronkelt over klippen met uitzicht op de Tasman Zee. Bij Punakaiki is een drukke toeristenattractie: de Pancake Rocks die wij ook bekijken. Torenvormige rotsen in laagjes opgestapeld met verweerde, afgebrokkelde profielen. Er zijn gaten in uitgesleten waar de zee doorheen dendert. Het regent, zoals het wel vaker regent hier. We overnachten in Hokitika, ook zo’n cowboy stadje met brede straten en vrijliggende huizen. Het ligt mooi aan zee en aan een brede rivier. Bezoek aan de Hokitika Gorge, een kloof met een melkblauwe rivier en een hangbrug.

Verder naar het zuiden wordt het steeds stiller. Hier woont bijna niemand meer, de weg houdt op, Fiordland begint, een gebied van tienduizenden vierkante kilometers waar je alleen inkomt te voet, met een boot of klein vliegtuig. Zover gaan wij niet, het is ons te doen om de twee gletsjers die vanaf de Zuidelijke Alpen zo bijna in zee lopen. In het dorpje met de merkwaardige naam Franz Joseph beklimmen wij de gelijknamige gletsjer onder leiding van twee berggidsen. Hier ook vieren we met ons tweetjes Oud en Nieuw in de hotelkamer met een glaasje wijn.

Terug, weer via Hokitika en dan naar het oosten door de Arthur’s Pass. We zien een schitterend hoogalpien landschap en omdat het even lekker weer is, huren we razendsnel een kamer in de jeugdherberg boven op de pas. Even later lopen we tussen de lupines in het lege hooggebergte. Erg mooi, hier willen we nog wel een keer terugkomen.

Aan de oostkant van de pas is het weer totaal anders. Het regent niet meer en het is wel acht graden warmer dan in het westen. Als we de bergen uitrijden wordt het landschap ook vriendelijker: bruine heuvels afgewisseld met velden. In een halve dag tijd rij je hier van woest kustgebied, door hoge besneeuwde bergen naar een engels aandoend boeren landschap.

Vogels in de buurt

Vogels in de buurt

De :Pukeko

Mooie grote hen (50cm. hoog) op hoge rode poten. Kwamen we vooral tegen ten noorden van Westport in het gebied rond Karamea. Blauwe kop met rode snavel, groene veren, blauwe buik. De Pukeko kan wel vliegen in tegenstelling tot de Weka maar doet het liever niet. Vandaar dat je de Pukeko, net als de Weka voornamelijk platgereden op de weg ziet liggen.

Karamea



Vandaag hebben we een ritje gemaakt naar het noorden. Karamea is het laatste plaatsje, de weg gaat nog even verder maar houdt dan definitief op. Je kan in drie dagen naar de noordkust lopen waar de weg naar Nelson en Picton loopt. We lopen een rondje van een halve dag. Een wonderschoon gebied is het. De bergen komen hier tot aan zee doorkruist met rivieren. We vinden vooral de begroeiing bijzonder. Er staan palmbomen, enorme boomvarens, roodbloeiende ratabomen die hier 'de kerstboom’ wordt genoemd, lichtgroene manuka struiken met witte bloemetjes. Een bonte, tropisch aandoende kermis van planten in een toch koele, natte omgeving met de zee op de achtergrond.

Dokteren in Nieuw Zeeland

Dokteren in Nieuw Zeeland

Mijn eerste twee weken als locum GP zit erop. En het is niet tegengevallen! Ik werd allervriendelijkst ontvangen in het Buller Medical Centre, een huisartsenpraktijk annex ziekenhuisje (ook gerund door de huisartsen). Al ben ik hier maar kort, ik kreeg een uitgebreide introductie en de eerste 2 dagen werd er niet veel van me verwacht. De drie vaste artsen zijn zeer benaderbaar en checken regelmatig of ik het wel red. Een hele ploeg nurses is in de buurt voor hulp en advies. Zij doen trouwens de meeste patientencontacten en lossen heel veel zelf op. Dat werkt goed, en is ook wel nodig met het tekort aan dokters hier. De vaste dokters hier krijgen extra veel vakantiedagen en een hoger salaris dan elders, om het zo aantrekkelijk mogelijk te maken hier te blijven. Niet dat het hier zo slecht is, lijkt me. Mooie omgeving, rustig stadje, en het weer valt best mee (nou ja, het is nu zomer, dus misschien kan ik het nog niet helemaal goed beoordelen). Er is een vliegveldje met twee maal daags een vlucht naar Wellington, een half uurtje denk ik, dus zo geïsoleerd is het nou ook weer niet. Maar vaste dokters zijn schaars, en er worden dus vaak invallers ingezet. In Karamea, een plaatsje 80 km ten noorden van hier, is al jarenlang een vacature. Patiënten komen nu hierheen als er iets is waarvoor ze een dokter nodig hebben. Maar men is het hier gewend te reizen. Voor specialistenbezoek gaan veel mensen naar Christchurch, dat is zo’n 4 a 5 uur rijden, dwars door de Alpen.

Van NZ Locums, de organisatie die mij hier naartoe gelokt heeft, had ik al een 3-daagse introductie in het gezondheidszorg-systeem gehad. En al zegt men dat het zo lijkt op het Nederlandse systeem, er zijn toch ook wel behoorlijke verschillen. Er is hier een ingewikkeld systeem van verzekeringen, waarin iedereen bij wet gedekt is voor kosten voortkomend uit ongevallen c.q. krachten van buiten af, maar niet voor andere ziektekosten, tenzij je daar een particuliere verzekering voor afsluit (wat de meesten dus niet doen). Aan de dokter dus te bepalen of een patiënt wel of niet onder die wet valt, met natuurlijk de nodige papieren (of inmiddels gecomputeriseerde) rompslomp. Werkgevers zijn dol op briefjes die verklaren of iemand wel of niet kan werken. Alles wat je als Nederlandse huisarts verwijst naar de arbodienst valt hier onder je taken. Even wennen. Verder ben je vrij beperkt in het voorschrijven van medicatie - heel veel is wel beschikbaar maar wordt niet vergoed, tenzij onder allerlei voorwaarden waar je ook weer veel papieren voor moet invullen of toestemming van een specialist voor moet krijgen. De patiënten zijn natuurlijk mensen zoals overal elders, met soortgelijke problemen en probleempjes. Het is een vrij arm gebied hier met de nodige sociaal-economische problemen. Veel alcoholgebruik, veel depressies. Over het algemeen erg vriendelijk, die Kiwi’s, en no-nonsens types. Ze zijn hier gewend elkaar bij de voornaam te noemen. Ook een 80-jarige spreek je gewoon aan met Jack of Suzy.

De dagen beginnen niet zoals in Nederland om 8 uur met een vol spreekuur, maar pas om kwart voor negen en dan nog vaak met een teambespreking annex koffie-uurtje. Tussen de middag kan ik even naar het strand of naar een koffiehuis voor de lunch. De secundaire arbeidsvoorwaarden zijn zo slecht nog niet. En dan heb ik nog niet eens het riante onderkomen genoemd waarin we zijn gehuisvest.We wonen in Cape Foulwind, een kaap met een paar huizen erop, een kwartiertje rijden van Westport, waar de praktijk is. ‚s Ochtends op de highway kom ik meestal meer weka’s dan auto’s tegen. Nergens een stoplicht te bekennen. Ons huis is wat ouderwets ingericht maar comfortabel. Vier slaapkamers (niet dat we die nodig hebben), uitzicht op zee. Een leuk tuintje met tropisch aandoende yuca’s en een grasveld vol vrolijke paardebloemen. In plaats van een rondje Artis doen we hier 's avonds een strandwandeling of lopen via een schelpenpad over de rotsen naar de zeehondenkolonie een stukje verderop; ze hebben net pups gekregen. Slapen gaat hier uitstekend, met het geruis van de golven op de achtergrond....



Vogels in de buurt

1. Weka

Weka is de Maorinaam voor Gallirallus australis, een endemische soort die alleen nog in Nieuw Zeeland voorkomt. Volgens het 'Department of Conservation' is de Weka een bedreigde vogelsoort. Maar hier merk je daar niets van. Ze lopen als een kip zonder kop overal rond, steken zomaar de weg over en kruipen onder je auto. Er zit er een in de tuin die onder een heg schiet als je langs loopt en dan denkt dat je hem niet ziet. De Weka is een komische, nogal domme vogel. Denk aan een kleine kip met rode poten als een eend, een mooi getekende bruine verenvacht en een spitse snavel waarmee ie insecten opgraaft. En argeloos nieuwsgierig. Zij maakt haar nest bij voorkeur vlak naast een wandelpad. Je ziet het al van vijftig meter afstand. Gisteren reed Clara een Weka dood met haar nieuwe doktersauto. Arme Weka, arme Clara.

Ruzie met een zeehond

Vanaf de vuurtoren loopt een nauwelijks zichtbaar paadje stijl bergafwaarts. Na een kwartiertje kom ik uit op het rotsstrand en loop richting de kaap. Een stralende blauwe lucht, het licht doet pijn aan mijn ogen. Grote witte golven slaan verderop te pletter tegen tien meter hoge klippen. Dan zie ik een 'fur seal'. Hij lijkt precies op een van de vele grote bruine keien die hier liggen maar verraadt zich omdat hij zijn kop omhoog steekt om naar met te kijken. De mannetjes zijn fors: een meter of twee lang en ze wegen al gauw 150 kilo. De 'fur seal' heeft oorschelpen en loopt op alle vier zijn flappers. Formeel is dit eigenlijk een zeeleeuw maar niemand hier noemt het beest zo. Ik zie er nog een en weer een, het is hier een ware vakantiekolonie. Ze zijn aan het zonnen en hebben me wel in de gaten maar reageren niet of nauwelijks.

Dit is een geweldige plek, ik ben hier alleen met wel twintig grote zeehonden en een woest beukende blauwe zee. Zachtjes om niemand te storen loop ik langs de kustlijn. Die wordt langzamerhand wel steeds smaller. Ik loop om een enorm rotsblok en sta ineens oog in oog met een groot mannetje die op nog geen drie meter voor me op mijn pad ligt. We schrikken ons beide een aap. Hij gromt als een valse hond diep vanuit zijn keel en ik maak dat ik wegkom. Via een omweg kom ik weer terug bij de vuurtoren.

Beijing vervolg

Beijing vervolg

Tian’an men plein

Als je de Qianmen metrohalte uitkomt moet je eerst met je spullen door een scanner als je het plein op wilt. De afmetingen alleen al zijn genoeg voor een acute aanval van agorafobie: 880 bij 500 meter. Toch maakt het plein een vrolijke indruk met veel Chinese dagtoeristen.

De dag is zonnig, koud en zowaar vrij helder. We laten Mao rustig in zijn tombe liggen, mede omdat we onze paspoorten niet bij ons hebben en lopen langs het monument voor de soldaten van het volk over het plein. Veel stedelingen lopen met een mondkapje voor. Luchtvervuiling, verkouden of Mexicaanse griep, het is niet duidelijk wat ze met het kapje denken af te weren.

Aan de noordkant van het plein zien we de Poort van de Hemelse Vrede. Als ik een foto van Clara maak voor het portret van Mao komt een Chinese familie om haar heen staan. Het is kennelijk nog steeds bijzonder om met een westerling op de foto te gaan.

Verboden Stad

Een verbijsterende ervaring vond ik. Je hebt in je leven al tientallen paleizen gezien van Versailles, Rome en noem maar op, maar dit slaat alles. De ruimtelijke ordening van pleinen, tempels, van galerijen, steen en hout, lucht en hemel is oogstrelend. Van zuid naar noord loop je van open buitenruimte naar besloten binnen. Een reis van hemel naar aarde. De Poort van Opperste Harmonie leidt naar een plein en een grote hal, waar de keizer de belangrijkste ceremonieën uitvoerde. De keizer was de spil tussen hemel en aarde en was het hoogste menselijke wezen denkbaar. Daarna krijg je een reeks ruimten die je 'voorbereidend’ zou kunnen beschouwen ten behoeve van de Harmonie en dan het gedeelte van de stad waar de hele hofhouding woonde.

Hier zijn ook de rotstuinen met prachtige cypressen. Aardig was een soort speelpaviljoen het Pavilion of Pure Felicity geheten in een van de tuinen waar sierlijke ronde groeve waren uitgesneden in het marmer. Bedienden lieten bekers met wijn drijven op water dat hier circuleerde zodat de keizer en zijn gezelschap naar wens konden drinken.

De verboden stad heet ook wel 'het grote midden'. Het oude Beijing, was een heilige stad en is gebouwd als een serie concentrische ringen met een singelgracht om de verboden stad heen. Een beetje als Amsterdam dus.