Rob en Clara in Nieuw-Zeeland.reismee.nl

Balclutha

Ons vierde huis ligt in een saaie buitenwijk van het stadje Balclutha. Een vrij nieuw, goedkoop gebouwd huis met drie slaapkamers. Het is gevuld met ouwe afdank-meubels maar verder leeg en sfeerloos. Zoals wel vaker, staat er een grote kolenkachel in de woonkamer met een emmer vol kolen ernaast. Er is een kolenmijn in de regio en je ruikt de scherpe lucht door de hele stad heen. Het huis staat op een heuvel, er is een garage gebouwd onder een helft van de één-verdieping tellende bungalow. Vanuit de garage kijk je zo onder de vloer. Je ziet de kalksteen rots waarvan ze een stuk weggehakt hebben voor de garage en het houten balken frame waar het huis op staat.

In dit huis zitten we de hele avond te lezen, gaan vroeg naar bed en worden nog steeds moe weer wakker. Zijn het de gevolgen van vijf weken intensief reizen? Hebben we iets opgelopen? Of is het de omgeving? Voordeel is wel dat we eindelijk weer eens kunnen ordenen, schrijven en lezen.

De grootste werkgever in Balclutha is de 'freezing works’, waar negen honderd mensen werken. Hier worden koeien en schapen ingevroren voordat ze op reis gaan naar markten in Azie en Noord-Amerika. De hoofdstraat van het stadje is vervallen, de kerk waarin nu een dansschool is gevestigd staat op instorten. De toerist heeft hier niets te zoeken, dat bevalt me wel.

Balclutha ligt aan een rivierdelta en de omgeving is vlak. Veeteelt - Fries zwart-witte koeien en Corriedale schapen - in een landschap van weilanden afgezoomd met populieren is hier duidelijk de hoofdbron van inkomen. Ik waan me in Nederland totdat ik bij de kust kom waar krijtheuvels omhoog rijzen om daarna letterlijk af te breken in zee. Het strand is bezaaid met rotsblokken en geheel verlaten op een zeeleeuw na die naar me knipoogt.

Mistige Bergen

Clara en Rob stonden me blakend van bruinheid op te wachten op de luchthaven van Christchurch. Die twee hadden een half leven van vakantie achter de rug, dat was te zien. Ze trokken zich weinig aan van mijn jetlag en we reden in hun sleetse Toyota Corona stationwagon een uur of vijf in zuidelijke richting, terwijl de zon oogverblindend scheen. We overnachtten bij een turquoisekleurig meer: Lake Tekapo. De volgende dag reden we verder de bergen in, op weg naar het beginpunt van onze trektocht. We gingen de Routeburntrack lopen: een driedaagse tocht door de bergen. We overnachtten in hutten, waar ook kookgelegenheid was. Er ging van alles mee: warme kleding, zonnebrand, een slaapzak, regenkleding en een tandenborstel. Het eten en de pannetjes verdeelden we over onze rugzakken. Het was toch proppen geworden, ik had namelijk een heel grote slaapzak, en ondanks mijn uren in de sportschool, vond ik het een hele sjouw.
De route begon bij een parkeerplaats op een uur of twee rijden van het dichtstbijzijnde stadje en eindigde, drie dagen later, ook op een parkeerterrein, in het niets. Nu was er het probleem van het vervoer. Je kon van tevoren transport regelen, van het stadje naar het beginpunt en vanaf het eindpunt weer terug. Dit was erg duur en nogal omslachtig. Je moest dan zo'n vier uur in de bus zitten na je laatste wandeldag. Bovendien wilden wij helemaal niet terug; wij wilden precies de andere kant op. Nu had Clara niet alleen alle berghutten geboekt, maar ook iemand gevonden die het gat in de markt opvulde: hij bood aan onze auto naar het eindpunt te rijden, voor nog minder dan de prijs van het bustransportpakket. Een ideale deal! We ontmoetten Mike in Queenstown, het laatste stadje voor de tocht. Hij vertelde dat hij de trektocht rennend zou afleggen! Dit maakte grote indruk op ons. Over de afstand die wij in drie dagen zouden lopen, deed hij rennend een uur of vier. Zijn toptijd was zelfs drie?half uur geweest! Hij had de route dit jaar al 18 keer gerend. Fascinerend!
Wij gaven hem geld en onze reservesleutel, en hoopten op een goede afloop.

De eerste wandeldag was een makkie. Het was een uurtje of vier lopen, lekker in de zon, door een prachtig bos, over wat riviertjes, een beetje omhoog en aan het eind van de middag bereikten we onze berghut. Daar kookten we met een stuk of veertig andere wandelaars ons potje (iets te harde volkorenpasta, courgettes, paprika en broccoli) en we rolden onze slaapzakjes uit op de stapelbedden. Het stonk er lekker naar zweetvoeten. Douches waren er niet, gelukkig wel wc's. Dag twee was een langere dag. Algauw waren we boven de boomgrens. Dit was de dag van de prachtige vergezichten, ware het niet dat het beurtelings mistte en motregende. Eigenlijk zagen we helemaal niets. Toch waren we opgetogen, omdat ons 'heavy rain' was voorspeld dus dit viel alleszins mee. We hoefden niet eens de hele tijd onze regenjassen aan! Bovenop de bergketen stond een ijzige wind. Het was te koud en ook een beetje gevaarlijk om er te blijven staan. We keken vol verlangen uit naar een overhangende rots om even onder te kunnen lunchen, maar die kwam er niet: we aten staand in de zachte regen en de harde wind snel een boterham en liepen zo snel we konden weer door, omdat we door en door koud werden. Zielig he?!
En we kwamen Mike tegen! Hij lag niet helemaal op koers, qua tijd, en nam zelfs nog een paar minuten om een praatje te maken. Zijn vriendinnetje zou de volgende dag ook rondrennen in de bergen.
De tocht eindigde die dag weer in een bos, een stuk lager weer. Wat een prachtig bos! Het voelde als een paradijs, zo stil en groen. Overal groeide mos, varens, er was een beekje, de vogels zongen, het was gewoon sprookjesachtig mooi en dat we er bijna waren hielp ook mee natuurlijk. 's Avonds een gevriesdroogde maaltijd: lamb tikka met couscous.

De ons beloofde regen kwam alsnog, die nacht en de volgende dag. Helaas voor ons was de derde dag een heel natte. In de stromende regen liepen we, gelukkig maar een uur of vier, door bos en watervallen. De bergbeekjes waren veranderd in woeste rivieren. Ze kwamen kolkend en bruisend de berg af en de watervallen werden oorverdovend. Bij de eerste waterval probeerden we nog onze voeten droog te houden, maar dat bleek al snel vergeefs. Hup, gewoon erdoorheen, het water kwam tot halverwege je onderbenen. Alles, werkelijk elk plekje op ons lichaam was doorweekt, hier was geen regenkleding tegen bestand. Halverwege was een berghut waar we lunchten. Hier ontmoetten we mensen die de tocht in omgekeerde richting liepen en dus net begonnen waren. De vooruitzichten voor de volgende dagen waren nat. Ik deed mijn schoenen uit en goot ze leeg, niet expres om te choqueren maar ik zag wel iemand heel sip kijken. Wij warmden ons even aan het vuur in de hut, maakten een soepje en trokken onze natte spullen weer aan voor de laatste etappe. Nog een uurtje en dan zaten we weer lekker droog in onze auto! Toch even spannend, zo'n deal met een runner.

Anke



Akaroa

Hallo lezers,

Het is al weer de derde dag voor mij in Nieuw-Zeeland. Vrijdag ochtend werd ik door Rob opgehaald vanuit Christchurch. Na een korte stop in Amberley zijn we doorgereden naar Akaroa, een klein dorpje in het Peninsula gebied ten zuid-oosten van Christchurch.

Akaroa is precies de stad waarvan ik droomde terwijl ik in Nederland door de kou naar school fietste. De stad ligt op, wat in het verleden een actieve vulkaan was. Deze vulkaan is zes miljoen jaar geleden ingestort, waardoor het oceaan water de krater is binnengestroomd. Het hete magma is nu vervangen door een prachtige turquoise blauwe baai. Dit water heet nu Akaroa Harbour, een haven rijk aan dolfijnen, zeehonden, penguins en verschillende soorten vogels(zie foto's).

De naam Akaroa komt van de Maori. Verschillende stammen hebben hier gewoond voordat de Europeanen kwamen. In 1883 besloot een Franse kapitein om Akaroa te koloniseren als haven voor de walvisvaarders, Toen de Engelsen dit hoorden snelden ze toe om de vlag te hijsen voordat de Fransen arriveerden. Twee weken voordat de Fransen aankwamen stond de engelse vlag gehesen. De Engelsen toonde hun vriendelijkheid en lieten de Fransen toe op het eiland. Tot op nu zijn de twee culturen als mengelmoes te zien op het eiland.

Morgen vertrekt Clara naar Stratford, een dorpje op het noorder-eiland bij New-Plymouth in de buurt. Ze gaat met het vliegtuig terwijl pap en ik er op ons gemak achteraan tuffen in de auto. Het schijnt dat je er erg goed kan surfen. Tot nu toe heb ik nog niet genoeg wind gehad. Ik blijf duimen.

Groeten,
Wouter

Dokteren deel twee

Ik ga hier op de fiets naar mijn werk. Omdat ik Rob niet autoloos wil achterlaten (zonder auto ben je hier gehandicapt) heb ik de mountainbike van collega/supervisor/huisbaas Rex geleend, compleet met verplichte helm. De reis duurt nog geen tien minuten, . Mijn tocht over rechte, platte wegen leidt langs de sportvelden, het zwembad, het schooltje met mini-rugbyveld en de lokale pub. Dan over de spoorweg (af en toe hoor je 's avonds een trein langstuffen), langs wat vrijliggende houten huizen en een felblauw geschilderde tearoom die wij snackbar zouden noemen. Tea betekent hier vreemd genoeg behalve thee ook avondeten - ze praten hier over ’to cook tea’. Dan steek ik Highway 1 over, de 2-baans weg langs de oostkust van het eiland, hier tevens hoofdstraat van het dorp. In een zijstraatje aan de overkant ligt het Medical Centre, acht jaar geleden gebouwd toen de vorige behuizing te klein werd. Op die vorige lokatie huist nu een cafe-restaurant, waar wij dagelijks na de gezamenlijke lunch goede take-away-coffee halen.

We zijn al weer even in Amberley, mijn tweede werkplek. Een klein onbetekenend plaatsje onder de spreekwoordelijke rook van Christchurch. Ook hier is een Medical Centre, net als in Westport een praktijk waar vier huisartsen en meerdere nurses werken. In Westport waren er meer nurses. Hier zijn er dagelijks twee aanwezig. Ze doen instant klussen als bloed prikken, wonden verzorgen en oren uitspuiten maar ook bijvoorbeeld punchbiopten nemen op verzoek van de dokter. Ze werken hier al lang, kennen iedereen en zijn vaak mijn steun en toeverlaat.

De dokters zijn merendeels allochtoon; ze komen uit Egypte, Rusland en nu dus Nederland. Als ik bel met een ziekenhuis-dokter hoor ik ook vaak een buitenlands accent. Kiwi’s zelf schijnen graag in Australië of Engeland te werken. Aan onze huiselijke omgeving te zien is dat niet zozeer uit financiële overwegingen, hoewel dat wel vaak wordt aangevoerd als een van de redenen.

Een van de dokters (die met dat grote huis in die enorme tuin, waar wij een appartementje hebben betrokken) is gaan snowboarden in Japan (!) en daarom ben ik ingehuurd. Met drie vertrouwde dokters en een vreemdeling is het voor de hand liggend dat ik het over het algemeen vrij rustig aan kan doen. Maar ze zijn toch blij dat ik er ben, wordt mij bijna dagelijks verzekerd! Het is een allerhartelijkst team - nou ja, gewoon Nieuw-Zeelands waarschijnlijk.

Op verzoek van Jacquelien en voor andere nieuwsgierige collega’s nog wat meer over het werken hier. Met onze standaarden kun je hier prima werken. Ze kennen hier niet echt gestandaardiseerde richtlijnen voor huisartsen zoals wij, maar in grote lijnen komt de benadering wel overeen. In de medicatie zitten wat verschillen, niet alles wat wij voorschrijven valt hier onder het gesubsidieerde basisstelsel, maar meestal is wel iets vergelijkbaars te vinden. Hoe het hele gezondheidsstelsel in elkaar steekt vind ik nog het lastigste om te doorgronden. De tweede lijn is vaak slecht bereikbaar voor patiënten, tenzij voor spoedgevallen. Wachttijden voor specialisten in het algemene ziekenhuis zijn vaak enorm, en sommige specialisten zijn zo schaars dat ze voor de deur selecteren: bepaalde patiënten worden helemaal gezien. Daarnaast is er het privé-circuit, maar veel mensen zijn daar niet voor verzekerd en kunnen het niet betalen. Ook een verwijzing voor bijvoorbeeld rontgenfoto’s heeft meer voeten in aarde - wordt er niet aan bepaalde criteria voldaan dan moeten mensen het zelf betalen (als ze niet zijn verzekerd). Op zich niet perse slecht dat er drempels zijn voor diagnostiek en behandeling. Wat het voor het gezondheidsstelsel als geheel betekent kan ik nu nog lastig inschatten. Mensen hier zijn natuurlijk gewend aan het stelsel hier en klagen er - tegen mij - niet over.

Behalve de bureaucratische rompslomp is het werken hier niet heel anders. Wat meer chirurgie dan ik gewend was - ze komen hier (net als op Texel) naar de huisarts met hun wonden in plaats van naar de spoedeisende hulp te gaan. Dankzij de intense zon veel huidafwijkingen, maar dat is de specialiteit van een van de andere artsen. Er is een ECG-apparaat en er wordt bloed afgenomen; zo nodig heb je dezelfde middag bloeduitslagen van de patienten die op het ochtendspreekuur zijn geweest. Voor röntgenfoto’s moeten mensen naar Christchurch, 3/4 uur rijden.

Huisvisites worden weinig gedaan, Een van de vaste dokters gaat regelmatig in het verzorgingstehuis een ronde maken. Ik heb een keer een spoedvisite gemaakt bij een meisje dat van haar paard was gevallen en niet meer kon staan, en een keer bij een oude demente dame die was gevallen. Een oude man werd met de ambulance naar de praktijk gebracht om beoordeeld te worden, en vervolgens weer terug naar de ziekenboeg van het bejaardentehuis in zijn woonplaats. Verder komen mensen naar de praktijk, al of niet gebracht door familie, buren of de wijkzuster. Van de week had ik een 100-jarige op het spreekuur, die nam zelfgemaakte truffels mee.

Ik doe hier in Amberley niet mee in de diensten. Daar ben ik wel blij om, want als dienstdoende dokter moet je alles alleen afhandelen, van het zien en behandelen van de patiënten tot en met het uitschrijven van de rekening die men contant moet betalen. Ook is de regio die in de diensten bestreken wordt behoorlijk groot, het Zuidereiland is tenslotte dun bevolkt. Het kan gebeuren dat je in de dienst naar Cheviot moet rijden, een uur naar het noorden. Er zijn wel ambulances hier, maar die worden vaak bemand door vrijwilligers, wat betekent dat de dienstdoende dokter er soms bij moet komen om bijvoorbeeld pijnstilling toe te dienen voor er vervoerd kan worden. Voor grotere ongevallen of noodgevallen kan ook een helikopter worden ingezet, en dan worden de huisartsen er niet bijgeroepen.

In Westport deed ik wel mee in de diensten. Maar daar zijn de verpleegkundigen in het eerstelijns-ziekenhuisje de eerste opvang. Zij handelen veel zelf af en hebben zo nodig telefonisch overleg met de dienstdoende ziekenhuisspecialist (100 km verderop). Als dienstdoende huisarts word je er soms bij geroepen voor het beoordelen van nieuwe patiënten, of van patiënten die al opgenomen zijn maar die verslechteren - met als telefonische achterwacht de specialisten in Greymouth. Er staat wat basale diagnostiek tot je beschikking - een sneltest voor standaard lab, ECG en röntgen. Verder word je in diensten geroepen als er gehecht moet worden, en kan het naar verluid voorkomen ( ik heb het niet meegemaakt) dat je ernstig zieken moet stabiliseren voor ze vervoerd kunnen worden.
Het deed me denken aan mijn tijd op de spoedeisende hulp in Woerden, alleen wat kleinschaliger. De diensten die ik er deed waren niet bijzonder druk. Ik moest maar een keer midden in de nacht naar het ziekenhuisje rijden. Onder een sprankelende sterrenhemel - lichtvervuiling kennen ze hier niet.




Dolfijnen

Dolfijnen

We zijn het weekend in Kaikoura geweest, zo’n 140 kilometer naar het noorden. Het stadje is bekend vanwege de verscheidenheid aan zeeleven die je er kunt zien. Dat heeft te maken met de manier waarop de bodem afloopt: eerst geleidelijk en ondiep, dan plotseling zeer diep. Grotere zeedieren kunnen hierdoor tot dichtbij de kust komen waar enorme hoeveelheden kleinere vissen zijn.

Zo kan je hier walvissen, dolfijnen, zeehonden, albatrossen en allerlei andere vogels zien. De commercie speelt daar goed op in. Je kan hier vliegen boven walvissen, zwemmen met dolfijnen en op albatrossensafari gaan in een speedboot. Ook kan je lekkere kreeft eten in de restaurants. Nog niet zo lang geleden werden de walvissen hier geharpoeneerd, de zeehonden doodgeknuppeld. De restanten van een walvisslachthuis op de oude havenpier getuigen er nog van. Kijken brengt tegenwoordig meer in het laatje.

Maar je kan ook met je verrekijkertje op het strand gaan staan. Naast de parkeerplaats liggen enkele tientallen zeehonden te slapen in het gras en het zand. Het zijn dezelfde soort dieren die in Westport nog zo snel mogelijk weg schuifelden als ik dichterbij kwam dan 50 meter. Hier lopen de toeristen er zo wat overheen en slapen ze gewoon door. Het blijft me verbazen hoe snel dieren vertrouwd kunnen raken met mensen.

Het allergrootste feest, dat zijn de dolfijnen. Een paar honderd meter uit de kust begint ineens het water te kolken en daar zijn ze. Wel honderd stuks, zwarte rug met lichtgrijze buik, zo groot als een mens. Ze racen door de zee in formatie. De snelsten vooraan, die springen hoog in de lucht en draaien salto’s alsof ze gewichtloos zijn. Daarachter de rest van de school, de staartvinnen priemen omhoog. Ze zwemmen vier of vijf naast elkaar en vormen een zwart lint dat zwiept en danst door het water.

Grijs

Grijs

Het is weer grijs buiten, egaal grijs vandaag. Gisteren was het donkergrijs met dikke wolken. Soms valt er een grijze druilerige regen. Het is soms ook nog koud, vorige week 11 graden. Ik weet niet meer hoe lang dit al duurt, een week of zijn het er al twee? Ik ben een paar keer naar het grauwe strand geweest. Van de week beklom ik een bergtop in de buurt, halverwege kwam ik in dikke wolken terecht en zag ik slechts mijn adem mist worden.

Nieuw-Zeeland is groen en dus regent het vaak en veel. Het land ligt bovendien in een turbulente luchtzone: het waait dus ook vaak hard. Het is een kant van de landschappelijke schoonheid die je niet ziet op de foto’s die toeristen, ook wij,. maken. Het Zuid-Eiland is maar 150 kilometer breed van zee tot oceaan met in het midden een hoge bergketen die over vrjwel de gehele lengte van het eiland loopt. In die bergen regent het gemiddeld drie meter per jaar, soms zijn het er tien of meer. Het water scheurt en dendert van die bergen af in brede, ongetemde rivieren die al snel in zee uitkomen. Het is een schitterend gezicht maar het water vernietigt alles wat in de weg zit. Wegen spoelen weg en bruggen storten in. Tegelijktertijd klagen de boeren hier in het oosten dat er nauwelijks water is.



Vogelquiz 'What is dizz'

Paul is de winnaar van onze nieuwe vogelquiz. Hij wint de 'gouden kiwi' die in de loop van 2010 of 2011 bij hem thuis bezorgd zal worden. Dank aan Heerke voor de naamgeving van de quiz.

Op de foto van de gletsjer zien we inderdaad een kea (Nestor notabilis). Deze zeer onderzoekende papegaai komt voor op de hogere delen van het Zuidereiland. Vooral ook daar waar toeristen komen. Ze zijn berucht om hun aanvallen op je rugzak, en halen hier als ze de kans krijgen eigenbekkig je lunch uit. In onze gids wordt melding gemaakt van kea’s die de ruitenwissers van je auto trekken om het rubber te verorberen. Niet kieskeurig dus. En, wachtend op een lekker hapje, een gewillig fotomodel.

We lezen jullie reacties op blog met plezier dus 'keep um coming!

IJsje

IJsje

Good mornin, howaye mate?
Oh, I’m fine thank you, how are you?
Yea, awsum man, how can I help?
I’d like a single cone please.
Rite ye are, what flavour?
I’ll have a scoop of that one there.
The raspberry wrongle, heaven that is, mate
Oh, that looks really good!
Yea, awsum, a dollar eighty please
Here man, and thank you.
Thank ya, mate and have a good un
You too, see ya
See ya, mate.