Afscheid van Golden Bay
25 apr. 2010
🇳🇿
vanuit Nieuw-Zeeland
We staan op het punt ons tijdelijke thuis te verlaten. Golden Bay. Wat een paradijsje hier! In plaats van naar steenkolen,zoals in Balclutha, ruikt het hier naar bloemen. De lucht is knalhelder, er groeien sinaasappels en citroenen, palm- en varenbomen. Op de achtergrond de onbewoonde blauwgroene bergen van het Kahurangi National Park.
Ons huis, weer zo’n exemplaar waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan sinds de jaren 50, ligt ingeklemd tussen het Medical Centre en de ambulance-garage. Gelukkig is het aantal nachtelijke ritten van de ambulance klein. Ook van andere geluidsoverlast is in dit rustige plaatsje geen sprake.
De ambulance wordt bemand door vrijwilligers. Sommigen medisch geschoold, zoals de plaatselijke dierenarts en apotheker, maar de meesten niet. Ze zijn getraind in reanimatie en EHBO maar hebben verder weinig medische bevoegdheden. Ze mogen geen medicatie toedienen, geen infuusnaalden prikken, al die handelingen waar in Nederland het ambulancepersoneel nou juist zo handig in is. Ook 's nachts zijn ze snel ter plekke om mensen te vervoeren, naar het Medical Centre of het Community Hosptial - eigenlijk een soort verzorgingstehuis met ziekenboeg- , of indien nodig over de Hill naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Nelson. De enige weg uit Golden Bay loopt over Takaka Hill en is zeer kronkelig, 25 km naar boven en dan weer 25 km naar beneden. Dan ben je in Motueka, waar het slachtoffer wordt overgeheveld in de ambulance uit Nelson, nog eens 50 km verderop. Wel aardig om de patiënten die zo vervoerd moeten worden preventief wat tegen reisziekte te geven...
Het plaatsje Takaka (klemtoon op de eerste lettergreep) is vrij klein en een halve hippiecommune. De hoofdstraten liggen in een driehoek, en in het centrum daarvan is een grote lege ruimte met wat koeien en een vijvertje. In de winkelstraat eethuisjes en cafeetjes, een biologische winkel en diverse sieraden- en kadowinkels. De sfeer is vreedzaam. Men promoot het fietsen en claimt een plastic-tas-vrije streek te zijn (alleen de supermarkt doet daar niet aan mee). Je kunt er Tai Chi-les volgen en kleurentherapie krijgen, of een workshop familie-opstellingen doen. Op de zaterdagmarkt verkoopt de dikke Boeddha-achtige vijftiger die we later de djembe zien bespelen in een zigeunerbandje zijn mini-schilderijtjes.
We zitten vlak bij de kust, al merk je dat hier in het dorp niet echt. Maar binnen 10 minuten rijden sta je op een prachtig strandje. Er wonen 4500 mensen in de hele baai, sommigen op hele afgelegen plekken, alleen te bereiken met 4-wheel-drive. De bewoners komen, meer dan elders, uit alle delen van de wereld. Veel Amerikanen, maar ook veel Europeanen zijn hier in de afgelopen 10-tallen jaren neergestreken. In de zomer verviervoudigt de bevolking, het is een plek waar vele Nieuw-Zeelanders graag hun vakantiedagen doorbrengen. Dat seizoen is nu, na Pasen, echt wel afgelopen. Het mooie weer nog niet. Ze zeggen dat hier in sommige delen van de baai wel 2 tot 3 meter regen valt per jaar, maar wij zagen bijna uitsluitend zonnige luchten en de thermometer wijst nog steeds zo’n 20 graden aan. Op heldere dagen kun je vanaf de kust Mount Taranaki zien liggen, de vulkaan op het Noordereiland die wij twee maanden geleden beklommen. Die ligt op zo’n 150 km afstand, maar slechts zee ertussen, en dan die reus van 2400 meter hoog.
Helemaal in het noorden van de baai Whaririki Beach, een idyllisch strandje waar we gisteren tientallen baby-zeehondjes zagen. De moeders waren blijkbaar uit vissen; een hele ploeg kleintjes vermaakte zich kostelijk in en om de ondiepe poeltjes in de rotsen. Achter elkaar aanrennend over het strand, stoeiend, duikend en spartelend in het water, surfend op hun buik het strand opglijdend. Met hun grote blauwachtige ogen keken ze je aandachtig aan en kwamen soms enthousiast op je afgerend. Rob en ik waren de enige twee toeschouwers.
Natuurlijk zitten er ook scheurtjes in het paradijselijke decor. Al is het hier zo mooi en ogenschijnlijk sereen, als huisarts kom je ook hier mensen tegen die gestresst zijn of depressief, die aan de drank zijn of zelfmoordpogingen doen. Universele problemen blijkbaar. Door de geïsoleerde ligging is het werkaanbod niet heel groot. Veel fysiek zware arbeid, op melkveebedrijven en in de houtkap. Als dat door bijvoorbeeld een rotte rug niet meer gaat zijn de alternatieven gering. En er bestaan wel uitkeringen, maar om daarvan rond te moeten komen, vaak met een flink gezin, dat is allesbehalve luxe.
En wij? Wij zijn hier inmiddels vijf weken. We hebben de vallei uitgebreid bekeken, bewandeld en befietst, alle zijwegen hebben we gehad. De sfeer in het Medical Centre was prima, het werktempo relaxt in vergelijking met Nederland, de collega’s aardig. We prijzen ons gelukkig hier een tijdje van te hebben mogen genieten. Maar we trekken weer verder, en dat is ook prima.
Ons huis, weer zo’n exemplaar waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan sinds de jaren 50, ligt ingeklemd tussen het Medical Centre en de ambulance-garage. Gelukkig is het aantal nachtelijke ritten van de ambulance klein. Ook van andere geluidsoverlast is in dit rustige plaatsje geen sprake.
De ambulance wordt bemand door vrijwilligers. Sommigen medisch geschoold, zoals de plaatselijke dierenarts en apotheker, maar de meesten niet. Ze zijn getraind in reanimatie en EHBO maar hebben verder weinig medische bevoegdheden. Ze mogen geen medicatie toedienen, geen infuusnaalden prikken, al die handelingen waar in Nederland het ambulancepersoneel nou juist zo handig in is. Ook 's nachts zijn ze snel ter plekke om mensen te vervoeren, naar het Medical Centre of het Community Hosptial - eigenlijk een soort verzorgingstehuis met ziekenboeg- , of indien nodig over de Hill naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Nelson. De enige weg uit Golden Bay loopt over Takaka Hill en is zeer kronkelig, 25 km naar boven en dan weer 25 km naar beneden. Dan ben je in Motueka, waar het slachtoffer wordt overgeheveld in de ambulance uit Nelson, nog eens 50 km verderop. Wel aardig om de patiënten die zo vervoerd moeten worden preventief wat tegen reisziekte te geven...
Het plaatsje Takaka (klemtoon op de eerste lettergreep) is vrij klein en een halve hippiecommune. De hoofdstraten liggen in een driehoek, en in het centrum daarvan is een grote lege ruimte met wat koeien en een vijvertje. In de winkelstraat eethuisjes en cafeetjes, een biologische winkel en diverse sieraden- en kadowinkels. De sfeer is vreedzaam. Men promoot het fietsen en claimt een plastic-tas-vrije streek te zijn (alleen de supermarkt doet daar niet aan mee). Je kunt er Tai Chi-les volgen en kleurentherapie krijgen, of een workshop familie-opstellingen doen. Op de zaterdagmarkt verkoopt de dikke Boeddha-achtige vijftiger die we later de djembe zien bespelen in een zigeunerbandje zijn mini-schilderijtjes.
We zitten vlak bij de kust, al merk je dat hier in het dorp niet echt. Maar binnen 10 minuten rijden sta je op een prachtig strandje. Er wonen 4500 mensen in de hele baai, sommigen op hele afgelegen plekken, alleen te bereiken met 4-wheel-drive. De bewoners komen, meer dan elders, uit alle delen van de wereld. Veel Amerikanen, maar ook veel Europeanen zijn hier in de afgelopen 10-tallen jaren neergestreken. In de zomer verviervoudigt de bevolking, het is een plek waar vele Nieuw-Zeelanders graag hun vakantiedagen doorbrengen. Dat seizoen is nu, na Pasen, echt wel afgelopen. Het mooie weer nog niet. Ze zeggen dat hier in sommige delen van de baai wel 2 tot 3 meter regen valt per jaar, maar wij zagen bijna uitsluitend zonnige luchten en de thermometer wijst nog steeds zo’n 20 graden aan. Op heldere dagen kun je vanaf de kust Mount Taranaki zien liggen, de vulkaan op het Noordereiland die wij twee maanden geleden beklommen. Die ligt op zo’n 150 km afstand, maar slechts zee ertussen, en dan die reus van 2400 meter hoog.
Helemaal in het noorden van de baai Whaririki Beach, een idyllisch strandje waar we gisteren tientallen baby-zeehondjes zagen. De moeders waren blijkbaar uit vissen; een hele ploeg kleintjes vermaakte zich kostelijk in en om de ondiepe poeltjes in de rotsen. Achter elkaar aanrennend over het strand, stoeiend, duikend en spartelend in het water, surfend op hun buik het strand opglijdend. Met hun grote blauwachtige ogen keken ze je aandachtig aan en kwamen soms enthousiast op je afgerend. Rob en ik waren de enige twee toeschouwers.
Natuurlijk zitten er ook scheurtjes in het paradijselijke decor. Al is het hier zo mooi en ogenschijnlijk sereen, als huisarts kom je ook hier mensen tegen die gestresst zijn of depressief, die aan de drank zijn of zelfmoordpogingen doen. Universele problemen blijkbaar. Door de geïsoleerde ligging is het werkaanbod niet heel groot. Veel fysiek zware arbeid, op melkveebedrijven en in de houtkap. Als dat door bijvoorbeeld een rotte rug niet meer gaat zijn de alternatieven gering. En er bestaan wel uitkeringen, maar om daarvan rond te moeten komen, vaak met een flink gezin, dat is allesbehalve luxe.
En wij? Wij zijn hier inmiddels vijf weken. We hebben de vallei uitgebreid bekeken, bewandeld en befietst, alle zijwegen hebben we gehad. De sfeer in het Medical Centre was prima, het werktempo relaxt in vergelijking met Nederland, de collega’s aardig. We prijzen ons gelukkig hier een tijdje van te hebben mogen genieten. Maar we trekken weer verder, en dat is ook prima.
Reacties
{{ reactie.post_date.date | formatDate('DD MMM YYYY HH:mm') }}
Reageer
Laat een reactie achter!
De volgende fout is opgetreden
- {{ error }}
Je reactie is opgeslagen!