Mistige Bergen
11 mrt. 2010
🇳🇿
vanuit Nieuw-Zeeland
Clara en Rob stonden me blakend van bruinheid op te wachten op de luchthaven van Christchurch. Die twee hadden een half leven van vakantie achter de rug, dat was te zien. Ze trokken zich weinig aan van mijn jetlag en we reden in hun sleetse Toyota Corona stationwagon een uur of vijf in zuidelijke richting, terwijl de zon oogverblindend scheen. We overnachtten bij een turquoisekleurig meer: Lake Tekapo. De volgende dag reden we verder de bergen in, op weg naar het beginpunt van onze trektocht. We gingen de Routeburntrack lopen: een driedaagse tocht door de bergen. We overnachtten in hutten, waar ook kookgelegenheid was. Er ging van alles mee: warme kleding, zonnebrand, een slaapzak, regenkleding en een tandenborstel. Het eten en de pannetjes verdeelden we over onze rugzakken. Het was toch proppen geworden, ik had namelijk een heel grote slaapzak, en ondanks mijn uren in de sportschool, vond ik het een hele sjouw.
De route begon bij een parkeerplaats op een uur of twee rijden van het dichtstbijzijnde stadje en eindigde, drie dagen later, ook op een parkeerterrein, in het niets. Nu was er het probleem van het vervoer. Je kon van tevoren transport regelen, van het stadje naar het beginpunt en vanaf het eindpunt weer terug. Dit was erg duur en nogal omslachtig. Je moest dan zo'n vier uur in de bus zitten na je laatste wandeldag. Bovendien wilden wij helemaal niet terug; wij wilden precies de andere kant op. Nu had Clara niet alleen alle berghutten geboekt, maar ook iemand gevonden die het gat in de markt opvulde: hij bood aan onze auto naar het eindpunt te rijden, voor nog minder dan de prijs van het bustransportpakket. Een ideale deal! We ontmoetten Mike in Queenstown, het laatste stadje voor de tocht. Hij vertelde dat hij de trektocht rennend zou afleggen! Dit maakte grote indruk op ons. Over de afstand die wij in drie dagen zouden lopen, deed hij rennend een uur of vier. Zijn toptijd was zelfs drie?half uur geweest! Hij had de route dit jaar al 18 keer gerend. Fascinerend!
Wij gaven hem geld en onze reservesleutel, en hoopten op een goede afloop.
De eerste wandeldag was een makkie. Het was een uurtje of vier lopen, lekker in de zon, door een prachtig bos, over wat riviertjes, een beetje omhoog en aan het eind van de middag bereikten we onze berghut. Daar kookten we met een stuk of veertig andere wandelaars ons potje (iets te harde volkorenpasta, courgettes, paprika en broccoli) en we rolden onze slaapzakjes uit op de stapelbedden. Het stonk er lekker naar zweetvoeten. Douches waren er niet, gelukkig wel wc's. Dag twee was een langere dag. Algauw waren we boven de boomgrens. Dit was de dag van de prachtige vergezichten, ware het niet dat het beurtelings mistte en motregende. Eigenlijk zagen we helemaal niets. Toch waren we opgetogen, omdat ons 'heavy rain' was voorspeld dus dit viel alleszins mee. We hoefden niet eens de hele tijd onze regenjassen aan! Bovenop de bergketen stond een ijzige wind. Het was te koud en ook een beetje gevaarlijk om er te blijven staan. We keken vol verlangen uit naar een overhangende rots om even onder te kunnen lunchen, maar die kwam er niet: we aten staand in de zachte regen en de harde wind snel een boterham en liepen zo snel we konden weer door, omdat we door en door koud werden. Zielig he?!
En we kwamen Mike tegen! Hij lag niet helemaal op koers, qua tijd, en nam zelfs nog een paar minuten om een praatje te maken. Zijn vriendinnetje zou de volgende dag ook rondrennen in de bergen.
De tocht eindigde die dag weer in een bos, een stuk lager weer. Wat een prachtig bos! Het voelde als een paradijs, zo stil en groen. Overal groeide mos, varens, er was een beekje, de vogels zongen, het was gewoon sprookjesachtig mooi en dat we er bijna waren hielp ook mee natuurlijk. 's Avonds een gevriesdroogde maaltijd: lamb tikka met couscous.
De ons beloofde regen kwam alsnog, die nacht en de volgende dag. Helaas voor ons was de derde dag een heel natte. In de stromende regen liepen we, gelukkig maar een uur of vier, door bos en watervallen. De bergbeekjes waren veranderd in woeste rivieren. Ze kwamen kolkend en bruisend de berg af en de watervallen werden oorverdovend. Bij de eerste waterval probeerden we nog onze voeten droog te houden, maar dat bleek al snel vergeefs. Hup, gewoon erdoorheen, het water kwam tot halverwege je onderbenen. Alles, werkelijk elk plekje op ons lichaam was doorweekt, hier was geen regenkleding tegen bestand. Halverwege was een berghut waar we lunchten. Hier ontmoetten we mensen die de tocht in omgekeerde richting liepen en dus net begonnen waren. De vooruitzichten voor de volgende dagen waren nat. Ik deed mijn schoenen uit en goot ze leeg, niet expres om te choqueren maar ik zag wel iemand heel sip kijken. Wij warmden ons even aan het vuur in de hut, maakten een soepje en trokken onze natte spullen weer aan voor de laatste etappe. Nog een uurtje en dan zaten we weer lekker droog in onze auto! Toch even spannend, zo'n deal met een runner.
Anke
De route begon bij een parkeerplaats op een uur of twee rijden van het dichtstbijzijnde stadje en eindigde, drie dagen later, ook op een parkeerterrein, in het niets. Nu was er het probleem van het vervoer. Je kon van tevoren transport regelen, van het stadje naar het beginpunt en vanaf het eindpunt weer terug. Dit was erg duur en nogal omslachtig. Je moest dan zo'n vier uur in de bus zitten na je laatste wandeldag. Bovendien wilden wij helemaal niet terug; wij wilden precies de andere kant op. Nu had Clara niet alleen alle berghutten geboekt, maar ook iemand gevonden die het gat in de markt opvulde: hij bood aan onze auto naar het eindpunt te rijden, voor nog minder dan de prijs van het bustransportpakket. Een ideale deal! We ontmoetten Mike in Queenstown, het laatste stadje voor de tocht. Hij vertelde dat hij de trektocht rennend zou afleggen! Dit maakte grote indruk op ons. Over de afstand die wij in drie dagen zouden lopen, deed hij rennend een uur of vier. Zijn toptijd was zelfs drie?half uur geweest! Hij had de route dit jaar al 18 keer gerend. Fascinerend!
Wij gaven hem geld en onze reservesleutel, en hoopten op een goede afloop.
De eerste wandeldag was een makkie. Het was een uurtje of vier lopen, lekker in de zon, door een prachtig bos, over wat riviertjes, een beetje omhoog en aan het eind van de middag bereikten we onze berghut. Daar kookten we met een stuk of veertig andere wandelaars ons potje (iets te harde volkorenpasta, courgettes, paprika en broccoli) en we rolden onze slaapzakjes uit op de stapelbedden. Het stonk er lekker naar zweetvoeten. Douches waren er niet, gelukkig wel wc's. Dag twee was een langere dag. Algauw waren we boven de boomgrens. Dit was de dag van de prachtige vergezichten, ware het niet dat het beurtelings mistte en motregende. Eigenlijk zagen we helemaal niets. Toch waren we opgetogen, omdat ons 'heavy rain' was voorspeld dus dit viel alleszins mee. We hoefden niet eens de hele tijd onze regenjassen aan! Bovenop de bergketen stond een ijzige wind. Het was te koud en ook een beetje gevaarlijk om er te blijven staan. We keken vol verlangen uit naar een overhangende rots om even onder te kunnen lunchen, maar die kwam er niet: we aten staand in de zachte regen en de harde wind snel een boterham en liepen zo snel we konden weer door, omdat we door en door koud werden. Zielig he?!
En we kwamen Mike tegen! Hij lag niet helemaal op koers, qua tijd, en nam zelfs nog een paar minuten om een praatje te maken. Zijn vriendinnetje zou de volgende dag ook rondrennen in de bergen.
De tocht eindigde die dag weer in een bos, een stuk lager weer. Wat een prachtig bos! Het voelde als een paradijs, zo stil en groen. Overal groeide mos, varens, er was een beekje, de vogels zongen, het was gewoon sprookjesachtig mooi en dat we er bijna waren hielp ook mee natuurlijk. 's Avonds een gevriesdroogde maaltijd: lamb tikka met couscous.
De ons beloofde regen kwam alsnog, die nacht en de volgende dag. Helaas voor ons was de derde dag een heel natte. In de stromende regen liepen we, gelukkig maar een uur of vier, door bos en watervallen. De bergbeekjes waren veranderd in woeste rivieren. Ze kwamen kolkend en bruisend de berg af en de watervallen werden oorverdovend. Bij de eerste waterval probeerden we nog onze voeten droog te houden, maar dat bleek al snel vergeefs. Hup, gewoon erdoorheen, het water kwam tot halverwege je onderbenen. Alles, werkelijk elk plekje op ons lichaam was doorweekt, hier was geen regenkleding tegen bestand. Halverwege was een berghut waar we lunchten. Hier ontmoetten we mensen die de tocht in omgekeerde richting liepen en dus net begonnen waren. De vooruitzichten voor de volgende dagen waren nat. Ik deed mijn schoenen uit en goot ze leeg, niet expres om te choqueren maar ik zag wel iemand heel sip kijken. Wij warmden ons even aan het vuur in de hut, maakten een soepje en trokken onze natte spullen weer aan voor de laatste etappe. Nog een uurtje en dan zaten we weer lekker droog in onze auto! Toch even spannend, zo'n deal met een runner.
Anke
Reacties
Reacties
11 mrt. 2010, 08:33
Kaastenen nat en kou...
Brrrrrr geef mij maar weer een zonnig warm verhaal.
Heeft de runner zijn tijd waargemaakt & hebben jullie een foto van deze held ?
{{ reactie.post_date.date | formatDate('DD MMM YYYY HH:mm') }}
Reageer
Laat een reactie achter!
De volgende fout is opgetreden
- {{ error }}
Je reactie is opgeslagen!